35 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
» Toon alle gerelateerde items uit de collecties van Erfgoed Delft

 
Langs Delftse Vesten en Singels. De buitenste binnenstad; Nieuwe Plantage
: 146743
: S7414
: S3804
: S7314
: S3551
: S7400
Beeld van Piet C. Kramer
: 106392
: S3076
: S7228
Aan H. T. N. (aan Hugo Tutein Nolthenius)
: 103352

Nieuwe Plantage

Uit WikiDelft

Ga naar: navigatie, zoeken

Vermelding en vaststelling

Raadsbesluit 31 mei 1905 (naamswijziging van Kalverbosch en gedeelte Noordelijke Avenue), verlengd 8 november 1922, op 26 juni 1986 gedeeltelijk gewijzigd in Wateringsevest en op 25 juni 1987 een gedeelte gewijzigd in Kalverbos.
Sinds 2 februari 2011 is de Nieuwe Plantage aangewezen als beschermd stadsgezicht.

Plantage 2010 (Wikipedia, M.M.Minderhoud or Wikipedia/Michiel1972)

Ligging


Oorlogsmonument aan de Nieuwe Plantage

In het plantsoen van de Nieuwe Plantage staat het verzetsmonument van Delft, naar een ontwerp van Gradus van Eden. Het is een bronzen beeld van een staande vrouwenfiguur met in haar rechterhand een brandende toorts, die het verzetsvuur symboliseert. Het beeld is geplaatst op een zuilvormig voetstuk van witte natuursteen. De achterwand wordt gevormd door struiken en bomen. Het pad naar het beeld wordt geflankeerd door vierkante perkjes van buxus en rozenstruiken. Op 4 mei 1950 is het beeld onthuld.
Verzetsmonument Nieuwe Plantage; foto Astrid Griffioen

Met dit monument wordt het verzet herdacht.
Het beeld is geadopteerd door het Stanislascollege.

De tekst op het voetstuk luidt:

'VOOR HEN DIE VIELEN
BIJ HET WEDERSTAAN
VAN DE VIJAND
IN DE JAREN 1940 - 1945

GIJ, DIE VOOR ONZE VRIJHEID VIELT
WIJ WILLEN, DAT GIJ MET ONS ZIJT
EN DAT UW TEGENWOORDIGHEID
STRAKS ONZE KINDEREN BEZIELT.'

MUUS JACOBSE'.



Herinnering aan de Nieuwe Plantage: Villa Vrijenban, een verhaal van H.V. van Walsum

Dit is een fragment uit het verhaal van H.V. van Walsum. Lees hier verder op de site van WikiDelft.

HET WOONGEDEELTE

Het woongedeelte was gebouwd om het Raadhuis heen. Achter de ingangspartij bevond zich een te kleine vestibule. Daarachter lag immers de secretarie. De ruimte die de ambtswoning bood was echter groot genoeg voor meerdere mensen. Wij woonden er het eerste anderhalf jaar met zijn veertienen. Dat waren mijn uit Indonesië gerepatrieerde oom en tante met hun twee zoontjes, een 35 jaar oude student met vrouw en later baby, nog een student en een inwonend
Villa Vrijenban, foto Erfgoed Delft
dienstmeisje. Mijn kamer was een zolderkamer op de tweede verdieping met een raam dat tot de vloer doorliep. Kennelijk had het oorspronkelijk een takelfunctie gehad. Vandaar had ik goed zicht op de tuin van de kunstschilder Harm Kamerlingh Onnes, zijn tegen het talud van de oprit naar de trambrug liggende plantenkas en op zijn dochter en schoolgenoot die daar haar eigen hoekje had waar zij de zon opzocht.

Achteraf ben ik verbaasd dat de sfeer in dat volle huis zo goed bleef terwijl er bijvoorbeeld maar twee toiletten waren. Wel herinner ik mij enige commotie toen wij plotseling een schrijven van de gemeente Delft ontvingen, ondertekend door mijn vader, dat gebleken was dat wij clandestien inwoning verschaften aan mijn grootmoeder met het bevel dat zij binnen 14 dagen het huis verlaten moest hebben. Mijn moeder was niet verblijd: “Hoe kun je nou zoiets tekenen? Je weet toch wel beter.” “Het was zo´n grote stapel” verdedigde mijn vader zich.

In de loop van de tijd stroomde het huis ook weer leeg, op de Chinese student na. Mijn moeder die uit Indië kwam had met behulp van de studentenpredikant contacten gelegd met de groep Chinees-Indonesische studenten die aan de TH studeerde. Dit werd actueel toen Indonesië alle contacten met Nederland verbrak. De studenten zaten zonder geld en konden hun ouders niet meer bereiken. Mijn moeder heeft zich toen zeer voor hen ingespannen. Ons huis werd een trefcentrum waar zij regelmatig bij elkaar kwamen.

De Chinese student, The Gwan Hien, had zijn kamer op de eerste verdieping aan de voorzijde. De kamer had één eigenaardigheid: mijn broer en ik moesten er doorheen om in de badkamer te komen, die zich onder de toren bevond. Gelukkig gingen wij maar één keer per week in bad. Op vrijdag...

Dit verhaal is opgetekend door historische vereniging Delfia Batavorum in het kader van een Oral History-project.

Herinnering aan de Nieuwe Plantage 48, een verhaal van Trudy van der Wees

Een van de invloedrijkste Delftse families van de twintigste eeuw was de familie Tutein Nolthenius. Hugo Tutein Nolthenius (1863–1944) was directeur van de Nederlandsche Olie Fabrieken, het latere Calvé. Hij vergaarde er een enorme rijkdom mee, die hij voor een deel investeerde in kunst. Ook was Tutein Nolthenius, samen met de familie Waller, destijds eigenaar van de Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek, verantwoordelijk voor de aanleg van de befaamde Wallertuin, gelegen achter de Nieuwe Plantage. Architect en beeldend kunstenaar Teun van Staveren wist van dit alles niets af toen hij in 1994 in het huis aan de Nieuwe Plantage 48 trok. 'Toen we het kochten was het huis eigendom van de Chinese Ambassade. Er hadden een stuk of veertig Chinese studenten in gewoond. Het hele huis was onderverdeeld in hokken om die mensen te huisvesten. Op de begane grond was een keuken, waar een Chinese kok voor het eten zorgde. In de tuin lagen allemaal oude fietsonderdelen. De Chinezen hadden namelijk de gewoonte fietswrakken uit de grachten te halen, en deze te repareren.'

Avontuur

Oorspronkelijke Wallertuin, foto Delfia Batavorum

De tuin lag er vervallen bij. 'Maar,' zegt Van Staveren, 'ik had van begin af aan het gevoel dat er iets raars aan de hand was met die tuin. Hij leek door te lopen, alsof het verwilderde park erachter er op de een of andere manier bij hoorde.' Van Staveren ontdekte in het gemeentearchief dat zijn achtertuin inderdaad veel groter was geweest en onderdeel was van wat nu bekend staat als de Wallertuin, een terrein dat zich in de beginjaren uitstrekte tot aan de andere kant van de oprit naar de trambrug. De tuin, ontworpen door de befaamde tuinarchitect Leonard Springer was in 1911 aangelegd in opdracht van Tutein Nolthenius. Van Staveren raakte gefascineerd door de tuin en de gebruikers. 'Achter in onze tuin vonden we allerlei elementen terug die bij de oorspronkelijke Springer-tuin hoorden: gemetselde trappen, muren, de resten van een vijver, zuilen van een reusachtige stenen pergola. Het hield maar niet op.' Het lukte Van Staveren om via-via in contact te komen met nazaten van Hugo Tutein Nolthenius en de geschiedenis van deze man, zijn familie en de Springer-tuin als een complexe puzzel in elkaar te leggen. 'Het was een avontuur dat veertien jaar duurde,' zegt Van Staveren. ‘De één kwam met foto’s, de ander met schilderijen, stereofoto’s, filmpjes. Ontzettend leuk allemaal.'

Oorspronkelijke Wallertuin, foto Delfia Batavorum

Zijn research leidde hem onder meer naar het archief van de Landbouwuniversiteit in Wageningen. 'Nota bene gevestigd op de plek van mijn oude gymnasium, dus waar ik naar school ben gegaan. Daar heb ik alle oorspronkelijke aquarellen gevonden van de tuin, de ontwerpen van Springer en mooie foto’s van de tuin direct na de aanleg.' Er waren meer ‘toevalligheden’. In de jaren negentig raakte Van Staveren betrokken bij de zoektocht naar twee ernstig in verval geraakte beelden uit de Prinsenhoftuin. 'In de tuin van het museum stonden zeventiende-eeuwse beelden: Lucretia en Cleopatra. Die vond ik als student altijd erg mooi, maar in de jaren tachtig en negentig waren ze beschadigd geraakt en stonden ze te verkommeren in de struiken. Ik heb toen mijn schouders gezet onder een restauratieproject. Ze staan nu in het museum, schoongemaakt en hersteld. Maar, nu komt het, in diezelfde periode was ik bij een oude dame in Hengelo op bezoek, een van de nazaten van Tutein Nolthenius. Zij had wat oude stereofoto’s voor me klaargelegd, en daar stonden die Prinsenhof-beelden op. Alleen niet in de museumtuin, maar in mijn eigen tuin! Ze komen hier vandaan.'

Fotocollectie

Tutein Nolthenius, schaatsend op zijn eigen vijver, foto Delfia Batavorum

Behalve de familie Tutein Nolthenius woonden ook diverse leden van de familie Waller (via huwelijk waren beide familie aan elkaar gerelateerd) aan de Nieuwe Plantage. 'Oorspronkelijk was Nieuwe Plantage 48 van de Wallers, maar die zijn in 1907 in het grote, door hen gebouwde huis ernaast gaan wonen,' vertelt Van Staveren. 'Rond 1911 werd de tuin van Tutein aangelegd. Dat terrein kwam beschikbaar omdat het nieuw aangelegde kanaal een groot stuk weiland afsneed van de bijbehorende boerderijen. Het werd daardoor een geïsoleerd stukje land, dat aan het eind van de negentiende eeuw door welgestelde omwonenden is aangekocht.' De Wallertuin, met theekoepel en tennisbanen, was voor privégebruik, en werd intensief gebruikt door de families Waller en Tutein Nolthenius. Van Staveren beschikt over prachtig fotomateriaal uit die tijd. Bijvoorbeeld een foto die laat zien hoe de families zich opmaakten om met auto’s een dagje te gaan picknicken ter gelegenheid van het huwelijk van Paul Tutein Nolthenius en Elly Waller in 1910. Tutein Nolthenius trok later veel op met zijn neef, de kunstenaar Harm Kamerlingh Onnes. Vorig jaar doken bij een van de nazaten talloze aquarellen van zijn hand op. Ook de complete fotocollectie van Tutein Nolthenius kwam daar boven water. 'Duizenden foto’s heeft hij gemaakt. Ik heb alle negatieven teruggevonden. Ook de enorme kunstcollectie van Tutein Nolthenius blijkt gefotografeerd. De kunstwerken zijn na zijn overlijden en na de oorlog over de hele wereld verspreid. Een deel bevindt zich in het Kröller-Müllermuseum, onder meer de beroemde Aardappeleters van Van Gogh. Die heeft hier in de kamer aan de muur gehangen. Tutein Nolthenius had oog voor kunst, en werd geadviseerd door kunsthandelaar Bremmer, een van de grootste kunstkenners uit het begin van de vorige eeuw.'

Gekoesterd

Met de meest recente vondst – de oorspronkelijke glas-in-loodramen die zich in het huis aan de Nieuwe Plantage bevonden – is de zoektocht van Teun van Staveren langzaam tot een halt gekomen. 'Op een foto van Julie Crommelin is een prachtig glas-in-loodraam te zien, gemaakt door Harm Kamerlingh Onnes. Bij een van de nazaten stond ik op een gegeven moment met kleine glas-in-lood panelen in mijn handen. Het duurde even voordat ik door had dat het onderdelen waren van dat raam. Inmiddels heb ik alle ramen teruggevonden, ook het prachtige Sterrenraam van Thorn Prikker, een beroemd kunstenaar uit die tijd. En bovendien dook een uniek zeshoekig raam op dat Thorn Prikker maakte voor het Trappenhuis.' Jarenlang zoek- en speurwerk heeft Van Staveren geleerd dat er nog heel veel van Tutein Nolthenius is terug te vinden. 'De herinnering aan Tutein Nolthenius was eigenlijk uitgewist. Ik weet nu dat er nog heel veel over is, en ik weet ook waar het is. De familie gaat heel zorgvuldig om met de nalatenschap. Ik heb het gevoel dat ik de geschiedenis nu redelijk in kaart heb gebracht. Het is klaar nu. Alle verhalen en herinneringen worden hier in huis gekoesterd.'

Dit verhaal is opgetekend door Historische Vereniging Delfia Batavorum in het kader van een Oral History-project.

Literatuur en bronnen

Buurt en wijk

Buurt: Centrum-noord; Wijk: Binnenstad

Persoonlijke instellingen
Home In het nieuws Over WikiDelft Thema's Hulp
Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies