1 gerelateerd item gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
 
Portret van Maurits
: 105504

Hofschilder, De vergeten

Uit WikiDelft

Ga naar: navigatie, zoeken

Wat weten wij van onze Delftse grootheden? Natuurlijk kennen wij de namen van Hugo de Groot, Johannes Vermeer en Antoni van Leeuwenhoek. Maar van Miereveld is bij velen slechts bekend als straatnaam. En als je aan een willekeurige Delftenaar vraagt wat de verdienste was van bijvoorbeeld Hugo de Groot, komt hij vaak niet verder dan een ontsnapping in een boekenkist. Maar ook de gemeente Delft is niet altijd even zorgvuldig omgegaan met het erfgoed van onze groten. Zo zijn de geboortehuizen van zowel De Groot, Vermeer als Van Leeuwenhoek verdwenen en wordt zelfs Willem van Oranje pas sinds 2003 geëerd met een standbeeld.
Maar het kan nog erger, want er zijn zelfs grote Delftenaren die we bijna, of zelfs helemaal vergeten zijn. Enkele Delftenaren waren zo talentvol dat zij aan buitenlandse hoven werden aangesteld, zoals bijvoorbeeld Jacob Bijleveld de goudsmid en Willem van Tetrode de beeldhouwer. Over één van hen handelt dit artikel: Justus van Stuijling. Hier volgt het hoofdstuk dat over hem handelt uit Delft gezien door de ogen van HET DELFTSE GESLACHT STUIJLING van J.W. Stolk.

Markt 1-3 de Haen

Justus Cornelisz Stuyling

Een kunstschilder zo talentvol dat hij op de leeftijd van 25 jaar hofschilder werd

Hofschilder Justus van Stuijling

Het leven van Joost (Justus) Cornelis Stuyling leek zo mooi te beginnen. Als zoon van de goudsmid Cornelis Cornelisz Stuling en als getalenteerd schilder leek niets hem een zonnige toekomst in de weg te staan. Het lot besliste helaas anders. Het was juist zijn talent dat hem een ellendig leven zou gaan bezorgen.
Hij werd geboren omstreeks 1595 en groeide op in dezelfde tijd als de bekende schilder Leonard Bramer. Zijn geboortehuis zou de Gulden Haen geweest kunnen zijn, op de hoek Markt/Cameretten. Maar mogelijk is hij later meeverhuisd naar het Oude Delft. Zijn vader stond daar namelijk vermeld ter hoogte van het huidige huisnummer 108. Op deze zelfde locatie woonde ook collega en tijdgenoot Willem Willemsz Luijt. Het is dus niet ondenkbaar dat beide kunstschilders invloed op elkaars werk hebben gehad.
Justus was niet de enige kunstschilder in de familie, ook zijn (vermoedelijke) neef Abraham Lambrechts Stuling en zijn zwager Hendrick Arentsz Vapour (telg uit het beroemde schildersgeslacht Delff) waren getalenteerde kunstschilders. Helaas zijn noch van Justus, noch van Hendrick en van Abraham kunstwerken bekend of bewaard gebleven. Dat zij toch getalenteerd waren, blijkt uit wat er op schrift over hen bewaard is gebleven.

Marya de Boys

In het geval van Justus zijn er twee beschrijvingen in Oud Holland bekend. De ene handelt over een schuldbekentenis van Justus aan Marya de Boys, weduwe van Pieter Calffken te Rotterdam. Hij verklaart haar schuldig te zijn ƒ60,-- en drie stuivers “spruytende uijt saecke van verdroncken gelaege ende geleende penningen, welk bedrag hij zal voldoen door een schilderij te leveren. “Alsoo hij onderhouden heeft voor Marya te maecken een schilderye van Emaüs”. Justus verplicht zich het doek binnen zes weken “volcomentlick opgemaeckt” te leveren. Twee onpartijdige schilders, van wie beide partijen er eentje zullen kiezen moeten het kunstwerk taxeren, waarbij de door hen bepaalde waarde van de hoofdsom wordt afgetrokken. Blijft er dan nog wat van de vordering over dan dient Justus dat bedrag binnen veertien dagen te voldoen. Wanneer Justus het doek niet binnen de afgesproken termijn van zes weken levert, is Marya de Boys niet langer verplicht het schilderij te aanvaarden en kan de volledige schuld na genoemde periode van zes weken terstond worden opgeëist.

Petronella van der Wel

Nauwelijks een maand later passeert er wederom een schuldbekentenis van Justus ten kantore van de notaris. Ook deze betreft “verteerde kosten en gedronken gelag” alleen is het bedrag nu ruim drie maal zo hoog, nl. ƒ181,-- en tien stuivers. Deze schuld, aan Petronella van der Wel (weduwe van Aelbert de Gelder) belooft hij onmiddellijk te zullen voldoen, echter die belofte kon hij niet waarmaken blijkens een akte van 25 mei 1620 (ONA) waarin we het volgende lezen: "Petronella van der Wel , weduwe van Aelbert de Geldere draagt over aan Heynrick Aryensz Vapour, schilder een obligatie ten laste van Joost Cornelisz Stuyling, schilder, waarvoor zij enige schilderijen ter betaling ontvangt".

Moulay Zidan

Het is inmiddels een paar maanden later en volop zomer wanneer een Marokkaanse gezant zich bij Justus aandient. Het blijkt Jacques Fabre te zijn, gezant van de Marokkaanse koning Moulay Zidan (Zidan abu Maaly). De koning is een liefhebber van kunst en is zelf dichter. Justus krijgt het aanbod om met Fabre mee te gaan om als hofschilder bij de koning in dienst te treden. En zo wil het gebeuren dat Justus op 8 juli 1620 met Fabre afreist naar Barbarije. De afspraak was dat Stuyling de koning “voor de tyt van ses maanden met syne conste te dienen, beloovende denselven nae ’t verloopvan dien tyt (soo hy sulcx begeerde) met contentement te expedieeren.” Justus zou onder andere fresco’s in het Al-Badi paleis te Marrakech uitvoeren.

Leonard Bramer

Al Badi Paleis Marrakech
Nederland heeft niet veel frescoschilders gekend. Eén van de bekendste was Leonard Bramer, een stadgenoot en leeftijdgenoot van Justus. En net als Justus, trok Bramer al op zeer jonge leeftijd (18 jaar) naar het buitenland om daar met zijn talent aan de slag te gaan. In tegenstelling tot Justus, keerde Bramer wel terug naar zijn vaderland en geboorteplaats. Het is niet ondenkbaar dat Bramer en Justus dezelfde leermeester hebben gehad. Van beiden is niet bekend wie deze leermeester geweest is. Sommigen denken dat Bramer de leermeester was van Johannes Vermeer die, net als Justus, aan het Delftse “Marktvelt” heeft gewoond.

Het schilderen van een fresco

Een frescoschilder beheerste de techniek om op een vochtige ondergrond te schilderen; vaak nat pleisterwerk. Het woord fresco is Italiaans voor vers. Het tegengestelde van fresco is secco, waarbij op een droge ondergrond geschilderd wordt. De frescoschilder tekent met houtskool de afbeelding nog vóór de kalklaag wordt aangebracht. Na het pleisteren van de muur of plafond, is de houtskooltekening vaag door het natte stucwerk te zien. Het fresco wordt vervolgens door de kunstenaar op de natte ondergrond aangebracht. Een frescoschilder moest zeer snel werken omdat de ondergrond anders onder zijn handen op zou drogen.

De status van een hofschilder

Justus was zeker niet de enige schilder in dienst van een vorst. Veel vorsten hadden kunstschilders in dienst. Vaak kregen deze de titel van kamerheer of kamerdienaar. En ontvingen een salaris vergelijkbaar met dat van de hofkok of de bontwerkers. Maar hij stond naar alle waarschijnlijkheid wel hoger in aanzien, zoals de hofkleermaker, de hofapotheker of de hofbarbier.

Albert Cornelisz van Ruyl

In het jaar 1623 arriveert een Hollands schip onder kapitein van Krimpen in de haven van Salé. Het is de “Overijssel” met aan boord Albert Cornelis van Ruyl, opperkoopman bij de VOC. Van Ruyl en Stuyling ontmoeten elkaar dat jaar meerdere malen en raken bevriend. Albert van Ruyl vertrekt weer. Stuyling zet zijn werkzaamheden voor de koning voort. Zijn werk werd blijkbaar zo door de koning gewaardeerd dat de zes maanden uitliepen tot jaren. Justus was inmiddels al ruim vier jaar lang hofschilder toen hij zijn vriend Albert Cornelis Ruyl opnieuw ontmoette. Hij vertelde dat hij al na de eerste twee jaar in dienst van de koning geen stuiver meer had ontvangen en in bittere armoede leefde.

Staten generaal

Hij verzocht zijn vriend om zijn zaak te bepleiten bij de Staten Generaal (van Ruyl was naar Marokko gezonden in de functie van Noord-Nederlands regeringscommisaris). Niet alleen Albert van Ruyl maar ook diverse anderen verzochten de koning “omme Stuyling nae ’t Vaderlandt te mogen vertrekken”. Elk verzoek werd direct afgewezen en het werd Albert van Ruyl ten strengste verboden om Justus aan boord van zijn schip te nemen wanneer hij op 1 juni 1624 uit Marokko zou vertrekken. Dit ondanks het feit dat diverse kooplieden zich borg wilden stellen om de koning zo de garantie te geven dat Stuyling weer zou terugkomen. Weer in Holland doet Ruyl wat zijn vriend hem heeft gevraagd en kaart de zaak aan bij de Staten Generaal. Hij verhaalt over de armoede waarin Justus in Marokko leeft, hoe ongelukkig hij is en dat hij tegen zijn wil daar wordt vast gehouden. Op 21 november 1624 besluiten de Staten Generaal de zaak aanhangig te maken bij de Marokkaanse Ambassadeur in Holland, Youssef Biscaino die op 6 januari 1625 weer naar Marokko zou vertrekken. Immers, sinds 24 december 1610 had de Republiek al diplomatieke betrekkingen met Marokko. Of deze diplomatieke actie succesvol was is niet bekend, want van Justus van Stuyling is nooit meer iets vernomen.

Pieter Maertensz Coy

Tijdens zijn verblijf in Marokko heeft Justus zeer waarschijnlijk Pieter Maertensz Coy ontmoet. De uit Schiedam afkomstige Coy was op verzoek van de Staten Generaal naar Marokko afgereisd alwaar hij ondermeer een ontmoeting had met een Hollandse kunstschilder; Justus? Het is zeer de vraag of er ooit nog werken van Justus getraceerd zullen worden. In Marokko is het eeuwenlang de gewoonte geweest dat een opvolgende sultan het culturele erfgoed van zijn voorganger vernietigde. En ook in Nederland valt er weinig te verwachten. Immers Justus vertrok op jonge leeftijd uit het vaderland. Daar komt nog bij dat het een zeer roerige tijd in Marokko was toen Justus daar arriveerde. Want tussen 1610 en 1660, toen de dynastie der Alawieten aanving, was er in het land een verbeten machtsstrijd gaande. De ene na de andere pretendent volgde elkaar op en burgeroorlog hield het land in haar greep. In deze turbulente jaren is veel perkament en canvas verloren gegaan. Of zich tussen de ruïnes van het Al Badi paleis nog restanten van de fresco’s van Justus bevinden is zeer de vraag.

Lijsbet Joosten

Justus werd geboren als zoon van Cornelis Cornelis Stuijling (Stuling) en Lijsbet Cornelisdr alias Joosten. Cornelis was de zoon van Cornelis Andriesz Stuling en Geertruyt Heemskerk van Beest. Lijsbet was de dochter van Cornelis Dircksz Steyn en Jannetge Joostendr. Toen Justus geboren werd, woonden zijn ouders in de Gulden Haen aan het Marctveld (hoek Cameretten) alwaar zijn vader goudsmid was.

Emaüs

Het enige schilderij van de hand van Justus waarvan het mogelijke bestaan bekend is was Emaüs. Of het schilderij daadwerkelijk gemaakt is en bij Marya Boys terecht is gekomen, blijft echter de vraag. Om het spoor te volgen, zou moeten worden gezocht naar de mogelijke nalatenschap van Marya de Boys. Zij woonde te Rotterdam in de Hoochstraet en was waardin van herberg Antwerpen. Zij had echter een halfzuster, met precies dezelfde naam, hetgeen voor verwarring kan zorgen. Tevens moet er rekening mee worden gehouden dat Marya de Boys ook wel Marya van Houten genoemd werd, terwijl de naam van haar echtgenoot ook wel als Kelffken gespeld werd. Justus zal waarschijnlijk erg bedreven zijn geweest in het schilderen van personen en/of portretten. Dit omdat hij enerzijds de opdracht kreeg Emaüs te schilderen en anderzijds hofschilder werd. Immers wanneer Emaüs een bijbelse voorstelling was werden er uiteraard personen afgebeeld. En een vorst verlangt in eerste instantie van zijn hofschilder dat hij en de zijnen geportretteerd worden.

Brazilië

Johan Maurits van Nassau

Opvallend was het bezoek aan Marokko van Justus’ (mogelijke) volle neef Cornelis Lambrechts Stuling in de zomer van 1639. Deze reisde (vermoedelijk met zijn zoon Samuel) als secretaris mee in het gevolg van de Joodse koopman/gezant Isaac Pallache. Het mag meer dan toeval heten dat ook Justus contacten onderhield met de familie Pallache in Marokko. Kan dit betekenen dat Justus in 1639 nog in leven was? Isaac Pallache vertrok in de herfst van 1639 vanuit Marokko naar het Braziliaanse Recife. Vermoedelijk zijn Cornelis en Samuel met hem meegegaan, want ook zij kwamen in Recife terecht. Kan het zijn dat zij Justus met zich meegenomen hebben? Nederlands Brazilië was immers de plaats waar kansen lagen voor kunstschilders, sinds Johan Maurits van Nassau-Siegen, “de Braziliaan”, aldaar kunstenaars aantrok en stimuleerde. De, in Nederland achtergebleven, familie van Justus trad in 1626 nog namens hem op, dus gingen zij er in ieder geval van uit dat hij nog leefde. In Marokko kreeg hij niet de eer die hij verdiende, maar hopelijk wordt hij in Delft aan de vergetelheid onttrokken en is er eindelijk justice for Justus.

Samuel Pallache afb

Note:

Speciaal voor het hierboven beschreven boek produceerden enkele hedendaagse kunstschilders afbeeldingen over dit Delftse geslacht. Betreffende schilders zijn zelf verbonden aan deze genealogie. Naast Justus kwamen er tal van kunstschilders in dit geslacht voor, zowel rechtstreeks als aangetrouwd. Ook hadden zij te maken met de schilders van Miereveld (zeer waarschijnlijk) en Rembrandt van Rijn (zeker). Ook bij bovenstaand artikel is een afbeelding vervaardigd. De Schiedamse kunstenaar Rimke Stolk vervaardigde in 2012 een olieverfschilderij geïnspireerd op een werk van Isaac Ouwater. Het is een kunstenaarsimpressie van Justus die zijn woonhuis "de Haen" schildert. Op het artikel hierboven rust copyright maar is met toestemming van de schrijver geplaatst.

Persoonlijke instellingen
Home In het nieuws Over WikiDelft Thema's Hulp
Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les rsultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies