22 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.oToon alle gerelateerde items uit de collecties van Erfgoed Delft.
 
: S3466
: S7234
: S7286
Gezicht op Delft bij de Vleeshal en Vismarkt.
: 102621
: S7119
: S7168
: S7134
: S7138
: S3072
: 137022

Hippolytusbuurt

Uit WikiDelft

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Vermelding en vaststelling

Vermeld in 1557 als Sinte Hipolitusbuerte; bevestigd Raadsbesluit 30 januari 1997

Ligging


Beschrijving

De naam van Sint Hippolytus is nauw verbonden met het verleden van Delft. Deze bisschop te Rome, die omstreeks 235 als martelaar stierf en naar de overlevering wil in Keulen begraven werd, werd volgens de overlevering in 1396 de tweede naamheilige van de kerk aan de Oude Delft, die voorheen aan Sint Bartholomeus was gewijd. In dat jaar, op Sint-Hippolytusdag (13 augustus), behaalden de Delftenaren een overwinning op de Friezen, waardoor zij weer in de gunst van Hertog Aalbrecht van Beieren kwamen en hun verloren rechten terugkregen. Als dank daarvoor zou men Sint Hippolytus als patroonheilige van de Oude Kerk aangenomen hebben. Of dit verhaal, dat door Van Bleyswijck vermeld wordt, waar is, weten we niet. In ieder geval is er al in 1405 een Sinte Ypolitus Prochikerc binnen Delf [Br. 5].
Bijna twee eeuwen later, toen Delft in de opstand tegen Spanje de zijde van de Prins koos (1572), moest de heilige het veld ruimen en sprak men bij voorkeur van de Oude Kerk. De herinnering aan bisschop Hippolytus bleef nog in de naam van een gedeelte van de Nieuwe of Voordelft. Deze gehele gracht werd tot omstreeks 1600 ook Voorstraat genoemd.
Ter plaatse van de huidige Hippolytusbuurt lag de westelijke zijde ongeveer een meter hoger dan de andere zijde: de naam Hoogstraat was het gevolg. Al in 1344 werd de Hoghe strate vermeld [Br. 1]. Aan de oostzijde verkocht men er vis, zodat daarvoor ook de naam Vismarkt gebruikt werd (vermeld in 1417 als Vischmarct [Br. 3]). In de zestiende eeuw maakten deze namen plaats voor Sint-Hippolytusbuurt, waarvan het 'Sint' al snel verdween.
Oorspronkelijk was dit alleen de benaming voor de huisjes – een 'buurt' – die tegen het koor van de Oude of Sint-Hippolytusbuurt gebouwd waren. Wanneer Boitet de vogelmarkt (Poelenmarkt) behandelt, vermeldt hij dat deze van ouds 'aan de overzyde van de Hyppolitus buurt' gehouden werd. De Poelenmarkt was de huidige Voorstraat oostzijde tussen de Choorstraat en de Poelebrug (voor de Oude Kerkstraat). De Hippolytusbuurt was dus het pleintje naast het koor van de Oude Kerk tussen de Oude Kerkstraat en het Heilige Geestkerkhof.
Een tweede aanwijzing hiervoor is de volgende omschrijving van de rekeningen van het Gasthuis van 1600 [Br. 10]: Voorstraet bezijden de Oude Kerck anders Hoochstraet of Hypolitusbuyrt, waarmee men de gehele westzijde van de Nieuwe Delft tussen de Oude Kerk en de Nieuwstraat bedoelde.
De naam is op veel verschillende manieren geschreven: Sinte Ipolitusbuert (1561), Ypolitusbuyrt (1568), Hiepolieters Buurt (1767), Epooltiesbuijrt (1649 (op de kaart van Blaeu)), Politusbuert (1561 [Br. 11]), Pooltgensbuurt (1655), enz.
Niet alleen het wonen in een steeg werd als een 'maatschappelijke achteruitstelling' gevoeld. In 1899 bereikte de gemeenteraad net volgende verzoek:
'Geven met verschuldigden eerbied te kennen de ondergeteekenden, allen bewoners van de Hypolitusbuurt alhier. Dat zij (met het oog op den h.i. weinig passenden naam van Hypolitusbuurt der door hen bewoond wordende gracht) gaarne een meer passenden en tevens welluidender naam als Hypolitusbuurt, daaraan wenschen gegeven te hebben, evenals met de vorige namen der Broerhuislaan, Pepersteeg en Breedsteeg alhier en welke namen in welluidender en meer passende namen, zooals Gedempte Burgwal, Peperstraat en Breestraat zijn veranderd. Reden waarom ondergeteekenden zich tot UEAb. wenden, met verzoek dat het UEAb. moge behagen, om den naam van Hypolitusbuurt te doen veranderen en dien te doen vervangen door: Hypolitusgracht'.
Hierin zien we dat zelfs het wonen in een 'laan' als een achteruitstelling gezien werd. Overigens werd aan dit verzoek niet voldaan. Iedereen sprak toch van 'de Pooltjesbuurt' en dat zou wel zo blijven. Alleen de postbode zou de wijziging merken!
Over de Nieuwe Delft in de Hippolytusbuurt liggen de Hof van Delftsebrug en de Warmoesbrug en Kaakbrug.

Monumenten op de Hippolytusbuurt

Hippolytusbuurt 47; foto Michiel1972
Hippolytusbuurt 8; foto Michiel1972
Op de website Achter de gevels van Delft is een beschrijving van het pand op de Hippolytusbuurt 12-14 opgenomen.

Op de website Lijst van rijksmonumenten in Delft zijn 17 panden, te weten nummer 1 op de hoek met Nieuwstraat 20-28, nummer 15-17, nummer 17A, nummer 19, nummer 21-23,nummer 29,nummer 31-35,nummer 37, en nummer 39 op de Hippolytusbuurt opgenomen.
De gemeente Delft heeft een eigen website waarin alle rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten zijn opgenomen. Van 43 woningen op de Hippolytusbuurt wordt een korte beschrijving gegeven.
In 2007 besloot het bestuur van Delft Design de Delftse Architectuurgids een nieuw uiterlijk te geven. De gids heeft, vergeleken met de vorige versie uit 1992, een nieuwe uitstraling met veel aandacht voor de recente architectonische aanwinsten in Delft.

Herinnering aan de Hippolytusbuurt: De telefoonzaal, een verhaal van An Bergman

Boven het postkantoor aan de Hippolytusbuurt (nu TOP) bevond zich tot de automatisering een zaal, waar telefonistes, gezeten op hoge krukken, onder streng toezicht van een chef-telefoniste en bespied door toezichthoudsters, de gevraagde verbindingen tot stand brachten. In 1949 deed ik mijn intrede in dit onderdeel van de PTT.
De entree was in de Papenstraat en op zondag aan de Hippolytusbuurt.

An Bergman, foto Delfia Batavorum

Na eerst een theoretische opleiding te hebben gevolgd, mocht je naar zaal. Bij binnenkomst moest je het presentieboek tekenen. Een toezichthoudster keek hierbij op de klok en zodra de minutenwijzer versprong naar 1 minuut na je officiële aanvangstijd, werd het boek weggetrokken en had je het nakijken. Ruilverbod stond je dan te wachten, wat inhield dat je een week je dienst niet met een collega mocht ruilen, wat door die per dag verschillende diensttijden heel vervelend kon zijn.
Als nieuweling begon je aan de lokale post. Je zat voor een hoog paneel, waarop zodra een abonnee thuis de hoorn oppakte een lampje ging branden. Je stopte een pen die aan een koord was bevestigd in dat bewuste nummer en vroeg: 'Welk nummer?' en stopte met een bijbehorende koord een pen in het gevraagde nummer.
Zo’n eerste dag vergiste je je wel eens in het soort koord en dat veroorzaakte een luid getoeter in je oor. Ook mij overkwam dat en omdat ik niet bij machte was te ontdekken waar de fout zat, trok ik zenuwachtig alle verbindingen er maar uit. Om mij heen hoorde ik de andere telefonistes ”oh u bent verbroken, verbroken, verbroken? Ik deed alsof mijn neus bloedde. Zo tussen 9 uur en half tien ’s morgens floepten vaak veel lichtjes aan en werd er niet gereageerd op: welk nummer? Oorzaak was, dat zodra de kinderen naar school waren, de moeders met de stofdoek ook de telefoon stofvrij maakten en daarvoor even de hoorn van de haak haalden.
In die tijd werd er ook veel gebruik gemaakt van telefooncellen. want lang niet iedereen beschikte over een telefoonaansluiting. Voordat we een verbinding tot stand mochten brengen, moesten we luisteren of de aanvrager wel een dubbeltje in de gleuf deed, hoorden we de klik niet, mochten we niet doorverbinden. Dat leverde vaak problemen op.
Zonder diploma van een middelbare school bleef je lokaal telefoniste. Het interlokale verkeer was verder verdeeld in diverse posten waarvan Utrecht als centraal middelpunt van ons land een zeer drukke was. Je moest geroutineerd zijn wilde je die zonder overspannen te raken bedienen. De Utrechtse telefonistes voelden zich zeer superieur en lieten goed merken, dat ze de macht in handen hadden. Je kon ze maar beter te vriend houden. Verder was er een informatiepost en een speciale post voor de veilingen in het Westland.
Moest je voor de post Utrecht over stalen zenuwen beschikken, gold dat zeker en misschien nog wel meer voor de veilingpost. Binnen een kort tijdsbestek was snelheid geboden.
Eens in de zoveel tijd werd je weggeroepen voor de spraakles. Want net als bij de omroepsters van de radio in die tijd, was ABN een vereiste. Men mocht willen dat dit nog zo was.

Hoe was nu de werkwijze op deze zaal: In het kort als volgt: Abonnee neemt hoorn op, hoort: 'Welk nummer?' Noemt nummer in de stad of zegt interlokaal. In dit tweede geval werd doorverbonden naar een tafel in het midden van de zaal, daar noteerde men de gewenste aansluiting op bonnetjes. Die bonnetjes werden opgehaald en bij de desbetreffende posten bezorgd.
Fabrieken zoals de Kabelfabriek, Gistfabriek en Calvé hadden een directe aansluiting op die tafel. Tegen het dubbele tarief kon men een dringend gesprek aanvragen, voor een ijl gesprek betaalde men het drievoudige. Aanvragen voor gesprekken buiten Europa behandelde de chef-telefoniste.
Ik herinner mij dat ik op eerste kerstdag op mijn post zo’n verbinding met Amerika binnen kreeg. Ik verbond door en moest (dat was verplicht vanwege de hoge kosten) steeds controleren of het gesprek goed verliep. Wat ik hoorde was: Dag Piet, gaat het goed? Ja met mij gaat het goed. Fijn, is het mooi weer? Ja het is mooi weer. Fijn dat het goed gaat, prettige kerstdagen, dag Piet, dag moeder. Einde gesprek. Meteen knalde de stem van de chef-telefoniste in mijn oor: De drie minuten zijn nog niet om, zegt u dat even. (Je betaalde ook al sprak je maar een minuut, sowieso voor drie minuten) ik deed dat en met medewerking van de radiotelefoondienst werd de verbinding weer tot stand gebracht, maar het vervolg van het gesprek voegde weinig toe.

Nachtdienst werd vervuld door een man, die elke avond om half twaalf ten tonele verscheen, alleen de nacht van zaterdag op zondag had hij vrij en dan kregen twee telefonistes die taak. Er stond een luie liberty-stoel, waarin je om beurten even kon rusten.
Ik heb zelf maar één keertje nachtdienst gedaan en vond dat zo interessant, dat ik het aan iedereen die het maar wilde horen, vertelde. Ik kwam van een koude kermis thuis, ik was op van de slaap en bepaald niet in een zonnig humeur toen ik ’s morgens thuis kwam.
Had je op zondagmorgen dienst, dan was er over het algemeen geen cheffin of toezichthoudster. Om de dienst dan wat te veraangenamen bestelden we bij restaurant Klein Centraal een paar huizen verderop iets lekkers. Omdat dit verboden was stond er altijd iemand op de uitkijk of er toch nog niet onverwacht controle kwam. Helaas gebeurde dat nog wel eens waarop een van ons hangend uit het raam, de desbetreffende ober met handgebaren terugstuurde.

Het was een vrouwengemeenschap waar, bij storingen, de telefoonmonteurs soms met blozende wangen hun werk verrichtten.
Lopend over de Hippolytusbuurt kan ik nooit nalaten even naar die ramen daar boven het oude postkantoor te kijken, waarachter zich eens het zenuwcentrum van Delft bevond.

imageproxyImageInPage.php?filename=TMSMEDIA%2FBG%2F010000-019999%2F17290.jpg&width=125&bg=ffffff&x.jpg

Dit verhaal is opgetekend door historische vereniging Delfia Batavorum in het kader van een Oral History-project.

Literatuur en bronnen

D. van den Akker s.j. 'Hippolytus in Delft'. Delfia Batavorum Jaarboek 1991 (1992): 15-24.
Achter de gevels van Delft.
Lijst van rijksmonumenten in Delft.
Website van de gemeente Delft.
De Delftse Architectuurgids.
Delft op Zondag, 1 april 2007
Delft op Zondag, 2 juli 2006
website van Delfia Batavorum, 'De telefoonzaal'
website van de gemeente Delft, 'De telefoonzaal'

Buurt en wijk

Buurt: Centrum; Wijk: Binnenstad

Persoonlijke instellingen
Home In het nieuws Over WikiDelft Thema's Hulp
Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les rsultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies