geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Freiberg - Delft 25 jaar, enige persoonlijke indrukken

Uit WikiDelft

Ga naar: navigatie, zoeken

Hoe het voor mij begon

In het najaar van 1985 – ik was nog maar een paar maanden in functie – kreeg ik bezoek van de heer Franke, tweede man van de ambassade van de DDR in Den Haag. 'Gelukgewenst burgemeester,' zei hij in uitstekend Nederlands. 'U is toegewezen de stad Freiberg in Saksen.' Ik wist niet dat we wat gevraagd hadden. Hij legde mij uit dat vele steden in Nederland hadden gevraagd om een stedenband met een stad in de DDR. De Liga für Völkerfreundschaft had maar zes steden uitgekozen die een uitwisseling met een stad in de DDR mochten beginnen en daar was Delft er één van! Delft had veel met Freiberg gemeen. Beide steden hadden een porseleinindustrie, ze hadden allebei een mijnbouwfaculteit. Zelfs hadden ze allebei een koningsgraf. Hij kwam een delegatie uit de gemeenteraad uitnodigen om de eerste contacten te leggen met het gemeentebestuur van Freiberg.
Bij terugkoppeling bleek mij dat het idee van een stad in de DDR in eerste instantie was uitgegaan van Chris Lelie. Ik had gedacht van Ton en Wil Jacobs, die veel contacten hadden in de DDR. De bedoeling van Chris Lelie en zijn fractie was om door persoonlijke contacten het vijandbeeld tussen Oost en West te verminderen. Het uiteindelijke doel moest uitwisselingen van burgers over en weer zijn. Dat leek me een brug te ver, maar we konden het altijd onderzoeken.
Van Franke hoorde ik dat wij eerst een paar dagen in Berlijn de gast zouden zijn van de Liga für Völkerfreundschaft. Daar zouden we onderricht worden in ‘das Prinzip der führenden Partei’, het idee dat één politieke partij de gidspartij was. Maar de DDR kende wel het meer-partijensysteem. Er was een CDU, de burgemeester van Weimar was bijvoorbeeld lid van die partij, zo was er ook een Boerenpartij. Later bleek me dat het burgemeestersambt van Weimar altijd werd toegewezen aan de CDU. We zouden ook veel van Berlijn te zien krijgen. En dat klopte allemaal.

Berlijn

Van 11 tot 17 januari 1986 vertrok een vijfkoppige delegatie naar Berlijn. De delegatie bestond uit wethouder Ton Jacobs (PvdA), Chris Lelie (CDA), Wil Steffen (VVD) en Wim Bot (PSP/CPN/PPR). Stineke Braam-Heinen ging mee als bestuursassistent. Van Berlijn herinner ik mij mijn hotelkamer, een gehaakte sprei over het bed, televisietoestel op de kamer dat vier programma’s vertoonde, drie van de DDR en hé.. ook een programma uit West-Duitsland. Ik had mij het ijzeren gordijn minder doorschijnend voorgesteld. Niet dat de west-tv gevaarlijke propaganda uitzond. Toen ik keek, werd er een soort Lingo gespeeld.
Van de volgende dag herinner ik mij de ontvangst bij de Liga, een orgaan met trekken van een ministerie, waar het denkraam om de DDR te begrijpen werd aangebracht. Daarna werden wij voorzien van een tolk, een aardige studente die vloeiend Nederlands sprak. Omdat wij ons goed met ons Duits konden redden had zij weinig te doen zodat zij zich geheel kon wijden aan haar eigenlijke taak.
Maar ik wil het hebben over onze gids. Zij heette Rosemarie. Ik vond haar symbolisch voor het regime. Met krachtige hand stuurde zij onze groep langs de vele bezienswaardigheden van Oost-Berlijn. Waar wij ook waren, in museum, theater of restaurant, altijd loodste zij ons langs lange rijen van mensen die geduldig stonden te wachten tot het hun beurt was om toegelaten te worden. Nu wisten wij dat de Berlijners vast wel gewend zouden zijn aan dit soort delegaties, maar toch bekroop ons langzamerhand een gevoel van gêne: wat zouden al die mensen wel denken? Soms was dat gevoel niet terecht. In het Theater am Schiffsbauerdamm, waar wij een schitterende voorstelling van de Dreigroschenoper te zien kregen, nam Rosemarie ons mee naar een apart maar open gedeelte van de foyer en onthaalde ons daar op een glas sekt. Wat zouden de anderen wel denken? Later bleek dit een normaal deel van de Duitse opera- en theatertraditie te zijn. Daar was ik toen nog niet aan gewend. Dat ook de andere leden van onze groep dat gevoel van gêne met mij deelden, bleek toen Rosemarie ons het concertgebouw wilde laten zien. Daar bleek een concert aan de gang te zijn en wij stootten op een afgesloten deur. Dat nam Rosemarie niet. Zij begon luid op de deur te bonzen maar de deur ging niet open. Toen hebben wij geapplaudiseerd.
Echter: toen de Stasi-archieven opengingen en heel dit afschuwelijke systeem dat dwong tot onderlinge rapportage aan het licht kwam, was de naam van Rosemarie daar niet bij. Ik wil haar alsnog mijn groot respect betuigen. Ik had haar totaal verkeerd beoordeeld.

Freiberg

Ik heb van het bezoek genoten. Freiberg bleek een attractieve stad te zijn in een prachtige omgeving. Wij troffen de stad al in enigszins opgepoetste staat. Binnenkort zou het 800-jarig bestaan gevierd worden en daarom had Freiberg geld ontvangen om in elk geval de huizen en het gemeentehuis aan de Obermarkt op te knappen. Ik herinner mij niet meer of de Kerstmarkt er nog stond. Wel weet ik dat er sneeuw lag, naar onze maatstaven veel sneeuw. Dat bleek te meer toen wij in ons nachtverblijf kwamen: een in hout opgetrokken Arbeitersheim, een eindje ten zuiden van de stad, naar ik dacht al in het Ertsgebergte. Het lag in een besneeuwd sparrenbos, kortom een kerstplaatje, beeldschoon. Daar vond ook de eerste discussie tussen Burgemeester Runge en een groepje raadsleden met onze delegatie plaats. Zij vertelden hoe het systeem in Freiberg in elkaar zat. Wij vertelden hoe het bij ons toeging en toen greep Runge in. Hij laste een pauze in en sprak toen de woorden die ik nooit meer zal vergeten: 'Lasst uns zusammen pinkeln.' In het halletje voor de toiletten zei hij: 'Laten we niet proberen elkaar te overtuigen. Dat heeft geen zin. Gebruik de tijd om te bekijken hoe de gemeente Freiberg functioneert en hoe het leven hier is. Dat lijkt me zinvoller.' Ik was het geheel met hem eens. Zo hebben we vervolgens onze ogen en oren de kost gegeven.
De laatste tijd voor de Wende was Runge er opeens niet meer. Hij was overgeplaatst, hoorden we. Hij was toen burgemeester van, geloof ik, Brand-Erbisdorf. Ik weet dat hij al weer jaren in ere is hersteld. Ik heb hem niet meer ontmoet maar ook aan hem zijn wij veel dank verschuldigd.

Dingen die ons opvielen waren bijvoorbeeld de driehoofdige leiding van een industrie: de Geschäftsführer met aan zijn rechterzijde de vertegenwoordiger van de Partij en aan zijn linkerzijde de vrouwelijke vertegenwoordiger van de Vakvereniging. Bij een van onze bezoeken, ik meen aan de zinkfabriek, hoorden wij dat het bedrijf zojuist besloten had om, als bijdrage aan het welslagen van het achtste vijfjarenplan dat weldra zou worden vastgesteld, de productie met 25% te verhogen. Een van ons had het benul om na afloop te vragen hoe zo’n productieverhoging in vredesnaam mogelijk was. 'O,' zei de man, 'dat is niet zo moeilijk. Na de vaststelling van een vijfjarenplan laten we onze productie geleidelijk zakken, zodat we als het volgende vijfjarenplan er aan komt de ruimte hebben om onze beloften ook pünktlich na te komen.'
Ik wil nog twee bezoeken memoreren: onze bezoeken aan de prachtige Dom en aan een peuterspeelzaal. In de Dom werden wij rondgeleid door de Proost zelf, Dr. Wilhelm Schlemmer. Burgemeester Runge was met ons meegekomen. Dr. Schlemmer benaderde ons afstandelijk. Vragen over de kerk als organisatie werden beleefd afgehouden. Alleen Chris Lelie leek nog enig contact met hem te krijgen. Wij bepaalden ons daarom tot het bewonderen van het gebouw, Het Koningsgraf en het prachtige Silbermann-orgel. Hier ervoeren wij de geschiedenis. Delft moge een oude stad zijn, maar Freiberg is echt oud. Het was al een stad van welvarende mijnwerkers toen onze voorouders nog een kleine gemeenschap vormden van veenarbeiders en boeren.
De peuterspeelzaal was een week tevoren geopend. Hij was gevestigd in een oude villa en zag er verzorgd uit. Op de eerste verdieping ontvingen de kleuters ons met een voor de gelegenheid ingestudeerd ‘Friedenslied’. De kleuters moesten hard gewerkt hebben, want het lied was nogal ingewikkeld en kwam er foutloos uit. Ze waren gekleed in truitje en maillotje, geen pantoffeltjes of binnenschoentjes. Ze hadden allemaal een zelf (?) gevouwen vredesduifje in de hand waarmee zij zwaaiden. Het duifje leek mij een variant op ons vliegtuigje. Terwijl de groep zich onderhield met de twee kleuterleidsters ging ik nog even de trap af, naar beneden. Daar zat een klein jongetje, nog te klein om mee te zingen. Hij speelde met een grijze legerauto en deed niets anders dan de soldaten in en uit de laadbak zetten. Daarbij riep hij op extatische toon: 'Soldaten der DDR. Soldaten der DDR.' Toen wij weer terug in Nederland waren bleek dat een leidster één van ons een gedrukte onderwijsleergang in de hand had gedrukt. Deze beschreef de onderwijsdoelen voor de leeftijden van 4 tot 16 jaar. Daarin zagen wij hoezeer het onderwijs de kinderen moest vormen tot goede ‘Soldaten der DDR’.
Terug in Nederland zei mijn vrouw: 'Doe onmiddellijk die jas uit. Hij stinkt.' Ik rook het nu ook, hij was doortrokken van de zwaarmoedige geur van bruinkool. Het was me daar niet opgevallen.

Het bezoek van Honecker

Van 3 tot 5 juni 1987 bracht President Erich Honecker op verzoek van de Nederlandse regering een staatsbezoek aan Nederland. Het was de bedoeling dat hij een ochtend in Delft zou doorbrengen. Het was die dag marktdag. Honecker had de wens te kennen gegeven dat hij die dag over de markt zou willen lopen en de Porceleyne Fles bezichtigen. Van daaruit zou hij gaan naar het vliegveld Rotterdam Airport, waar Premier Lubbers afscheid van hem zou nemen en hij terug zou vliegen naar de DDR. De eerder genoemde Franke regelde bij ons het protocol. Honecker zou ontvangen worden in de burgemeesterskamer van het stadhuis.
’s Ochtends vroeg werd ik gebeld door de rector van het Grotius lyceum, Rien Oosterdag. Hij zei dat hij zich met een verzoek tot Honecker wilde richten om een uitwisseling te mogen beginnen met een vergelijkbare school in Freiberg. Ik wees hem erop dat de protocollen bij een staatsbezoek meestal uitonderhandeld waren, zodat er niets meer aan te veranderen was. Maar ik beloofde hem het met Franke op te nemen. 'Tja,' zei deze, ’het kan natuurlijk eigenlijk niet maar ik denk dat Honecker het wel mooi zal vinden.' Rien Oosterdag kreeg van mij het groene licht.
De Heer Honecker arriveerde, met als gastgeschenk een reusachtige vaas van Meissner porselein die nog in de burgemeesterskamer staat. Na mijn begroetingsverhaal zwaaide opeens de deur open en daar verschenen twee meisjes. Rien volgde op de achtergrond. De beide meisjes vroegen de heer Honecker in vlekkeloos Duits of het Grotius lyceum een uitwisseling kon krijgen met een school uit Freiberg. Later vroeg ik aan Rien Oosterdag wie die meisjes waren. Zij konden zich zo goed in het Duits uitdrukken. Hij vertelde mij dat de ene uit Oost-Duitsland kwam. De andere was Antoinette Maassen van den Brink, een naam verbonden met de Delftse geschiedenis maar in het bezit van de Russische nationaliteit. Het effect van hun vraag was conform Frankes verwachtingen. Honecker was diep geroerd en hield een betoog van twintig minuten over 'Verständigung der Jugend'. De uitwisseling werd toegezegd. De Freiberger partner werd het Maxim Gorki Lyceum dat nu al lang niet meer zo heet. De uitwisseling bestaat nog steeds.
Vervolgens liep Honecker over de markt, van Stadhuis naar de Nieuwe Kerk en daarna langs een andere rij kramen weer terug. Achter hem aan liep een gevolg van meer dan tien mannen, allen in dezelfde grijze pakken gekleed. Ik had van tevoren met de politie overlegd om het veiligheidsrisico in te schatten. Tot mijn verbazing werd de kans dat hem iets zou overkomen op 0% geschat. Honecker liep te genieten. De marktkooplieden haalden voor de hand liggende lolletjes met hem uit: een aangeboden haring wuifde hij vriendelijk weg hoewel een aide al klaarstond met een papieren zakdoek. Even verder werd hem een BH aangeboden. Onverstoord liep hij door. Achter zijn rug zei een marktkoopman 'allemaal uitvreters'. 'Nee joh,' sprak een ander hem tegen, 'dit is goed voor de markt.' In de buurt van het standbeeld van Hugo de Groot, dat toen nog in het midden van de Markt stond, flitsten ineens spots aan. Daar stond een televisieploeg van ZDF met een groot bord: 'Bevrijd Admiraal X'. Honecker liep glimlachend door. 'Zo, hij staat er goed op,' zei de cameraploeg.
Daarna heb ik Honecker begeleid naar zijn auto, die op het Agathaplein stond te wachten. Tussen de beide poortjes stond een oude man te wachten. Plotseling vielen hij en Honecker elkaar in de armen. Het was een oude communist die Honecker gehuisvest had toen hij van 1936 tot 1939 in Amsterdam ondergedoken zat. Hij woonde nu in Delft.
Mijn vrouw en ik zijn later nog even wezen kijken bij de Porceleyne Fles. Honecker was al weg. De Duitse cameraploeg was bezig de apparatuur in de pakken. Een familielid van de in ongenade gevallen admiraal was er ook bij. 'Verwacht u hier nu iets van?' vroeg mijn vrouw. Toen hoorden wij dat het doel was om druk uit te oefenen op de regering van de Bondsrepubliek. Als hij in de aandacht blijft is dat voor de Bondsregering een aanleiding om hem vrij te kopen. Zo is het ook gegaan. De admiraal is vrijgekocht.

Problemen met de uitwisseling

De jeugduitwisseling kwam vlot op gang. Een groep scholieren ging met rector Oosterdag naar Freiberg. De kinderen, die allemaal een beetje Duits moesten kennen, kwamen tevreden terug. Het bezoek was erg leuk geweest en ze hadden elkaar goed kunnen verstaan. Maar intussen was Franke bij me gekomen met de woorden: 'We hebben een probleem.' Honecker had met zijn spontane reactie de Liga für Völkerfreundschaft gepasseerd. Dat betekende dat als hij zou aftreden, de jeugduitwisseling onmiddellijk zou worden gestopt. We hebben gebrainstormd. Het bleek dat er een verdrag bestond waarin de Nederlandse Staat en de DDR overeengekomen waren dat één student over en weer mocht komen studeren. De student uit de DDR bleek nog aan de TUD te studeren ook, een aardige jongen die zich er over verbaasde dat de Nederlandse studenten niet opstonden als de professor binnenkwam.
Franke er ik werden het erover eens dat de enige weg was dat het verdrag ook opengesteld zou worden voor het voortgezet onderwijs en dat de kwantificering eruit moest verdwijnen. Ik lobbyde hiervoor aan Nederlandse kant, hij deed het in de DDR. Het is ons uiteindelijk gelukt: beide regeringen waren het eens geworden dat de verdragsbepalingen aangepast zouden worden. Maar het is nooit gebeurd, want toen viel de Muur.

De Wende

Binnen de DDR is de overdracht van het gezag gegaan via rondetafelgesprekken. Aan tafel zaten vertegenwoordigers van het regime samen met vertegenwoordigers van de burgerij, om te praten over een niet-bloedige overdracht van bevoegdheden. De Kerk heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. Bij een revolutie moet structuur aanwezig zijn bij diegenen die het gezag willen gaan dragen. De Evangelische Kirche had de organisatie. Haar leden waren vaak geen lid geweest van de SED. Voorzitter van de Freiberger rondetafelgesprekken werd de Proost van de Dom, Dr. Wilhelm Schlemmer. Zelf belde ik al zo nu en dan met het stadhuis in Freiberg en vroeg het lid van het gemeentebestuur dat de hoorn opnam, hoe alles in Freiberg ging. Het antwoord was meestal 'goed'. Maar vaker waren de lijnen bezet en was de DDR onbereikbaar. Het was Chris Lelie die mij er op wees dat ik ook Schlemmer kon bellen. Dat moest ik alleen na 22 uur doen. Dan was er meer ruimte op de lijnen. Zo verkeerde ik in de bizarre situatie dat ik van beide kanten bijgepraat kon worden. Het voordeel daarvan was dat het bij de hele overdracht duidelijk bleef dat Delft bij Freiberg wilde blijven. Chris Lelie had tijdens ons bezoek aan de Dom een contact gelegd met de Proost. Daarvan konden wij nu de vruchten plukken en doen dat nog steeds.

Tot slot

Mede namens mijn vrouw onze gelukwensen met 25 jaar uitwisseling! De stad Freiberg is veel voor ons gaan betekenen. Wij hebben er goede vrienden gekregen, zoals oud-collega Konrad Heinze en zijn vrouw Renate. Wij hebben de stad haar oude schoonheid terug zien krijgen. Wij hebben meegeleefd met de problemen met de werkgelegenheid. Wij willen graag nog vele jaren mee kunnen maken als lid van de vereniging Delft-Freiberg. Wij wensen de stad en de vereniging nog vele goede jaren toe.

Huib van Walsum
Burgemeester Delft 1985–1997

Persoonlijke instellingen
Home In het nieuws Over WikiDelft Thema's Hulp
Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies