195 gerelateerde items gevonden in de collecties van Erfgoed Delft e.o
» Toon alle gerelateerde items uit de collecties van Erfgoed Delft

 
Affiche 'Calvé pindakaas U maakt er meer van met Calvé!'
: 171764
'Delftsche slaolie de zuinigste de beste! Calvé-kwaliteit!'
: 171769
Delftse slaolie receptenboek van de Fransch-Hollandsche Oliefabrieken Nouveaux Etablissements "Calvé-Delft" Delft
: 134666
Kwartetspel Oliefabrieken Calvé-Delft
: 137049
Ontwerp voor een prijsvraaguitslag i.v.m. het 50 jarig bestaan van de Nederlandsche Oliefabrieken Calvé Delft
: 171792
Calvé-Delft's Winterboekje
: 131185
Calvé-Delft's Zomerboekje
: 131186
Calvé-Delft's Zomerboekje
: 137046
Calvé-Delft's Zomerboekje
: 137047
Calvé-Delft's Winterboekje
: 137048

Calvé

Uit WikiDelft

Ga naar: navigatie, zoeken

Voor zowel Delftenaren als niet-Delftenaren is de pindakaas- en sauzenfabrikant Calvé onlosmakelijk verbonden met Delft. Het bedrijf is bijna net zo’n beeldmerk als Vermeer of het Prinsenhof. Omgekeerd heeft Calvé zich steeds verbonden gevoeld met de stad en zich naar buiten toe gepresenteerd als Calvé-Delft. Het bedrijf bestaat inmiddels honderdtwintig jaar en heeft alleen al vanwege deze respectabele leeftijd een interessante historie.

Nederlandsche Oliefabriek

De Nederlandsche Oliefabriek, later bekend geworden als Calvé, werd in 1883 opgericht voor de productie van olie uit aardnoten ten behoeve van de groeiende margarine-industrie. Margarine was kort daarvoor ontwikkeld als surrogaat voor boter. De grondstof voor margarine, aardnotenolie, werd uit Frankrijk geïmporteerd. Deze grondstof wilde men nu in eigen land gaan produceren. Na wat proefnemingen in de Gistfabriek vroeg directeur Van Marken aan de pas afgestudeerde chemicus J.R. Tutein Nolthenius of hij er wat voor voelde om oliefabrikant te worden. Het nieuwe bedrijf, voor de vervaardiging van fijne olie, moest een aparte plaats gaan innemen naast de al bestaande Nederlandse olie-industrie, die in talrijke kleine bedrijfjes alleen lijnzaad en raapzaad verwerkte. Juist toen besloten was tot het oprichten van de fabriek vernam men dat een vooraanstaand oliebedrijf uit Frankrijk op het punt stond een vestiging in ons land te openen. Na contacten werd besloten om gezamenlijk verder te gaan en er kwam dan ook een Nederlands-Franse directie (dr. Jan Tutein Nolthenius en Gaston Thubé). Het vereiste startkapitaal van ƒ 500.000,- was in juni 1883 binnen en in datzelfde jaar waren de vergunningen verleend. In september volgde de eerste-steenlegging voor de fabriek, net buiten de stad, in de gemeente Hof van Delft. Aannemer voor de bouw was de Delftenaar J. den Braanker, die in 1869 ook al de Gistfabriek voor zijn rekening genomen had. Den Braanker was overigens zelf aandeelhouder in de fabriek.

In het ‘memoriaal’ in het archief van Calvé van september 1883 wordt deze stap als volgt omschreven:

“Aangenomen door J. den Braanker, timmerman en aannemer te Delft, het graven der fondeering, sleuven, het metselen van de fondamenten en ophoogen van het terrein, voor de somma van ƒ 8345,19. Het daarstellen der Fabriek gebouwen en aanhoren met de schoorsteen met inbegrip van aard-, timmer- en metselwerk, lood-, zink-, gesmeed- en gegoten ijzerwerk, verf-, glas-, behang- en steenhouwwerk. Alles volgens bestek en teekeningen voor de somma van ƒ 57.200,-.”

Voor- en tegenspoed

Tien maanden later al was de Oliefabriek voltooid en in april 1884 begon de productie. Sinds 1883 was het terrein van de Gist- en de Oliefabriek aangesloten op het spoorwegnet, wat de aan- en afvoer van steenkolen, spiritus, gist en grondnoten vergemakkelijkte. Toch was de start van de Oliefabriek moeizaam. Zo stonden margarinefabrikanten aanvankelijk afwijzend tegenover de in ons land geperste aardnotenolie en boeren wilde hun vee niet wagen aan een nevenproduct van de fabriek, de oliehoudende veekoeken.

Een andere tegenslag was het afbranden van het bedrijf in augustus 1884. Nog geen jaar na de start werd de fabriek zwaar getroffen door een felle brand. De Oliefabriek kreeg van B&W toestemming tot herbouw, maar er werden verschillende brandwerende voorwaarden gesteld. Zo moest er op het oliemagazijn een ijzeren kap worden geplaatst (de directie wilde een houten overkapping) en de muren moesten een dikte hebben van minstens 0,33 m. Ook de bintlagen dienden van ijzer te zijn en verankerd met de muren, terwijl de toegangen voorzien moesten worden van dubbele ijzeren deuren met een ruimte van 0,20 m. ertussen. Ten slotte werd bepaald dat het afval van de aardnoten (de grondstof voor de olie), zoals de bast, bewaard moesten worden “op een terrein zoover mogelijk van het hoofdgebouw en het magazijn”.
TooropSlaoilie.png

Vier maanden later was de fabriek echter al weer bedrijfsklaar en kon de productie worden hervat. De resultaten waren aanvankelijk teleurstellend en men moest zich zelfs beraden over het staken van de onderneming. Van Marken adviseerde de aandeelhouders de zaak voort te zetten: hij voorspelde de margarine een grote toekomst. De aardnotenolie werd in toenemende mate als fijne tafelolie gebruikt en de vraag naar veekoeken nam toe. Bovendien waren voor de fabricage van margarine ook andere oliën dan aardnotenolie geschikt.

De margarinefabricage werd inderdaad een groot succes. In 1889 was het verlies weggewerkt en werd het eerste bescheiden dividend uitgekeerd. Het begin van de jaren negentig verliep bevredigend voor de Oliefabriek, tot het moment dat er een goedkope en kwalitatief goede Amerikaanse katoenolie op de markt kwam. De aardnotenolie kon hier moeilijk tegen concurreren. Bovendien werden aardnoten schaarser en daardoor duurder. Forse bezuinigingen waren noodzakelijk en er werd opnieuw aan liquidatie gedacht.

Calvé

In plaats van een opheffing kwam er echter een fusie met een branchegenoot. Besprekingen leidden er toe dat de Oliefabriek in 1897 een samenwerking aanging met een vergelijkbaar Frans bedrijf, van de broers Emmanuel en Georges Calvé. Dit resulteerde in de Fransch-Hollandsche Oliefabrieken Nouveaux Etablissements Calvé-Delft, doorgaans kortweg Calvé-Delft genoemd. Onder deze naam zijn de onderneming en de producten bekend geworden.

1910

Door de Frans-Nederlandse samenwerking hoopte men tot een betere spreiding van de risico’s te komen. Met succes, want de productie en de resultaten verbeterden sterk. Verwerkte men in 1885 ongeveer drie miljoen aardnoten, twintig jaar later was dit aantal verachtvoudigd en lag het op 23 miljoen. In 1914 kwam ten noorden van het fabriekscomplex een haven voor de verschillende bedrijven gereed, vier jaar later een 42 meter hoge opslagsilo met een capaciteit van 8500 ton.

Eerste Wereldoorlog

De aanvoer van de belangrijke grondstof aardnoten uit Afrika verliep in de jaren van de Eerste Wereldoorlog door de Duitse blokkade moeizaam en de productie kelderde. De nog aanwezige voorraden noten werden in een zeer traag tempo verwerkt. Om verzekerd te zijn van de afzet en om de kwetsbaarheid van het eigen bedrijf te verkleinen nam grootleverancier Calvé in de loop van de tijd belangen in meerdere margarinefabrieken in binnen- en buitenland.

In 1913 werd het eerste receptenboekje voor de Delftsche Slaolie uitgegeven, in de loop der jaren gevolgd door een variëteit aan publicaties. Vooral de ‘zomer- en winterboekjes’ genoten veel bekendheid. In de jaren twintig begon Calvé met de verkoop van een reeks huishoudelijke gebruiksvoorwerpen, als kommen en schalen. Reclame voor de firma en voor de producten werd verder gemaakt met de publicatie van kruiswoordpuzzles in kranten en door middel van het uitgeven van sprookjesboeken en vooral de serie Arretje Nof.

Arretje Nof.jpg

Een moeizame periode

Vanaf de tweede helft van de jaren twintig ging het moeizamer met Calvé. Vanwege invoerbelemmeringen, moordende concurrentie en lage prijzen waren de resultaten zeer teleurstellend. De hele olie- en margarinebranche had het in de jaren twintig moeilijk, waardoor veel ondernemingen in de problemen kwamen. Er vonden nieuwe onderhandelingen plaats met een grote concurrent, de Margarine Unie, waarmee een samenwerkingsverband werd gesloten. De eerste jaren lieten echter nog geen verbetering zien, vooral omdat de wereldwijde crisis de resultaten drukte. Voor de derde maal in de geschiedenis van Calvé werd gedacht aan een liquidatie van de onderneming. Met behulp van een straffe reorganisatie én met vernieuwingen (een moderne perserij, raffinaderij en een fabriek voor mengvoeders) keerde het tij.

Tweede Wereldoorlog

Na de Duitse inval in ons land in mei 1940 werd in Delft en omgeving hevig gevochten. De luchtafweer was onder andere opgesteld op het dak van de vetharding van Calvé. Gedurende de bezetting viel de export geheel weg en door opgelegde beperkingen werkte het productie-apparaat op den duur op een laag peil. Ook de werkzaamheden veranderden, want er werd nog slechts een geringe hoeveelheid olie, vetten en veevoer gefabriceerd. Van de Lijmfabriek werd het product ‘Delftse Frisse’ overgenomen. Met veel succes: er werden miljoenen pakjes van deze gelatinepudding verkocht. Het laboratorium ontwikkelde producten die zonder bon verkrijgbaar waren. Een behoorlijk deel van het personeel werd opgeroepen voor de Arbeitzeinsatz.

Nieuwe producten

De eerste naoorlogse jaren waren door verschillende factoren zwaar: de invoerbeperkingen in andere landen bijvoorbeeld, maar ook de schaarste aan deviezen en de lage waardering van de gulden waardoor de grondstoffen prijzig waren. De distributie ging in de eerste naoorlogse jaren nog door. Ook werd duidelijk dat voorheen vaste (buitenlandse) afzetmarkten voortaan onzeker waren en dat er nieuwe markten moesten veroverd worden. Bovendien was de tijd rijp voor nieuwe producten. Mayonaise en slasaus waren door Calvé al vóór de Tweede Wereldoorlog op de markt gebracht, maar de verkoop van consumptie-artikelen zou pas jaren na de oorlog een grote vlucht nemen. Naast de margarines, mayonnaises, slasauzen, tomatenketchups, e.d. werd in 1948 een artikel op de markt gebracht waar Calvé misschien wel het meest bekend door is geworden: de pindakaas.

Vernieuwing

Midden jaren zestig ging de eerste paal de grond in voor de bouw van een nieuwe levensmiddelenfabriek aan de Wateringseweg, in 1969 vond de opening plaats van het elf miljoen kostende complex. Behalve dat zij te klein was voldeed de oude fabriek ook niet meer aan de hygiënische voorschriften. De nieuwe fabriek kan symbool staan voor de doelbewuste oriëntatie van Calvé op de productie van levensmiddelen. Calvé-Delft had zich ontwikkeld van een ‘oliebedrijf’ tot een modern levensmiddelenconcern. Bedroeg de winst begin jaren vijftig ruim een miljoen, midden jaren zestig werd de vier miljoen gepasseerd, weer tien jaar later de 7,5 miljoen.

Calvé recruteerde zijn personeel gedurende de eerste driekwart eeuw van het bestaan vooral uit Delft en omgeving, de personeelskrapte in de zestiger jaren van de twintigste eeuw leidde tot de contractering van Portugese gastarbeiders. De jaren zeventig waren op personeelsgebied een onrustige tijd: meermalen kwam het bij Calvé-Delft tot acties en stakingen. Het nauwe contact tussen directie en personeel, zo kenmerkend voor de eerste decennia van het bedrijf, behoorde dan ook tot een lang vervlogen verleden.

Calvé start

Bericht in De Fabrieksbode van 21 juli 1883.

“Binnenkort zal Delft eene nieuwe fabriek rijker worden. Onder den naam van Nederlandsche Oliefabriek wordt eene maatschappij opgericht die [..] eene fabriek zal stichten tot het vervaardigen van olie, voornamelijk uit zoogenaamde arachiedes of grondnoten, een tak van nijverheid die vooral in Frankrijk met voordeel gedreven wordt. Een kapitaal van ƒ 500.000,- in aandeelen van ƒ 2500,- is gedeeltelijk in Frankrijk en gedeeltelijk in Nederland bijeengebracht. Zoodra de plannen gereed zijn zal met den bouw der fabriek een aanvang worden gemaakt, zoodat zij in het voorjaar van 1884 in werking zal kunnen treden. Directeuren der onderneming zullen zijn de heeren Dr. Jan Tutein Nolthenius van Amsterdam en Gaston Thubé van Nantes (in Frankrijk); commissarissen de heeren Begeman te Helmond, Van Limburg Stirum te Haarlem, Lorois en Lourmand te Nantes. Onze directeur, de heer Van Marken, zal als raadgever zijne ervaring aan de nieuwe onderneming doen ten goede komen. De oprichters schreven in hun prospectus, waarbij zij de kapitalisten tot deelneming uitnoodigden: ‘De toekenning aan het personeel van een aandeel (10 percent) in de overwinst wenschen wij beschouwd te zien als een bewijs dat het ons ernstig streven zal zijn ook aan de billijke eischen van den arbeid recht te laten wedervaren, een juist verband te brengen tusschen de belangen van kapitaal en arbeid in de ontworpen vennootschap’. Wij [de Gistfabriek] begroeten dus in onze nieuwe buurvrouw eene zusteronderneming die in dezelfde richting als de onze zal werken.”

Vergunningen voor de Nederlandsche Oliefabriek en Calvé

In het archief van de gemeente Hof van Delft, die werd opgeheven in 1921, zijn aanvragen van hinderwetvergunningen bewaard gebleven. De verzoeken geven meer zicht op de ontwikkelingen die bedrijven doormaakten, met name wat betreft de mechanisering en uitbreiding, omdat er ook toelichtende informatie over de fabricage bij de aanvragen verstrekt werd. Hier volgt een overzicht van de aanvragen die door de directie van de Nederlandsche Oliefabriek, later Calvé, werden ingediend bij het gemeentebestuur van Hof van Delft.

  • Plaatsing van drie stoomketels (1883)
  • Een houten opslagloods en plaatsing van een stoommachine van 200 p.k. (1890)
  • Een ketelhuis, een "tubulaire stoomketel (vlampijpketel)" en een schoorsteen (1892)
  • Een fabrieksgebouw voor de zuivering van olie (1893)
  • Eenzelfde verzoek (1901)
  • Een nieuw ketelhuis (1903)
  • Uitbreiding van het bestaande fabrieks- en pompgebouw (1912)
  • Een inrichting voor het lossen, de opslag en het transport van grondnoten (1914) (hierbij een interessante, maar technische, verhandeling over dat procédé)
  • Een inrichting voor het malen en persen van oliehoudende zaden, idem voor het koelen van vetten en een voor het transport van grondnoten en de berging van uitgezift notenzand (1915) (hierbij interessante, technische verhandelingen over procédé's)
  • Een silo voor de opslag van grondnoten, uitbreiding van de electrische centrale, een overhittingsgebouw tot het verwarmen van stoom (1916)
  • Verhoging van een bestaand fabrieksgebouw, een ventilator met plaatijzeren schoorsteen (1917)
  • Vethardingsfabriek , twee gashouders van resp. 300 en 500 m3 (1919)
  • Uitbreiding van het fabrieksgebouw (magazijn) met goederenlift, plaatsen van een portaaldraaikraan en rails langs de haven en van een stookolietank op het fabrieksterrein, bouw van een filterdoek-wasinrichting en uitbreiding zeepkokerij, oprichten vetsmelterij, bouw van een transportbrug (1920)

De aandeelhouders van Calvé

Het half miljoen gulden startkapitaal van Calvé werd in 1883 bijeengebracht door 65 aandeelhouders. Al hun namen staan in een database. In de onderstaande tabel is te zien waar ze vandaan kwamen. Het eerste getal betreft het aantal aandeelhouders, het tweede het aantal aandelen; bij ‘overig Nederland’ is één Nederlandse aandeelhouder uit Brussel opgeteld.

  • Amsterdam 18/40
  • Rotterdam 3/12
  • Den Haag 4/13
  • Delft 5/15
  • Haarlem 5/13
  • Overig Ned. 18/32
  • Nantes (Fr.) 12/74
  • Totaal 65/200

Bron: Gemeentearchief Delft, Archief Calvé

Het omslag van het boek

Nieuw boek over de geschiedenis van Calvé

Op 2 februari 2011 verscheen het boek 'Calvé: Met Elkaar - Voor Elkaar - Uit Elkaar'.

Aad Verhoeff schreef met dit boek de geschiedenis van een uniek bedrijf. Het boek is geschreven als ooggetuigenverslag van oud-collega's, waarvan sommigen nog voor 1895 zijn geboren. Bij de indiensttreding van Verhoeff bij Calvé in 1952 vertelden deze medewerkers hem hun ervaringen, waaronder de overname van Calvé door Unilever in 1928, de daarop volgende crisis, de oorlog en het begin van de wederopbouw. Het vervolg van de veranderingen gedurende de tweede helft van de vorige eeuw heeft Verhoeff, als maatschappijkritische medewerker, tot aan de sluiting in 2008 persoonlijk meegemaakt. Het boek is tot stand gekomen met medewerking van het Archief Delft (archief Calvé), DSM (archief Gist- en Spiritusfabriek), Van den Bergh & Jurgens en het hoofdkantoor Unilever-Nederland.

Persoonlijke instellingen
Home In het nieuws Over WikiDelft Thema's Hulp
Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies